Foto: Olam oliepalm plantage, Ngounié, Gabon, Maart 2014; foto credits: Mighty – Brainforest

Het zit in 60% van je dagelijkse boodschappen. Van brood, ham, koekjes en melk tot aan shampoo, deodorant en lipstick. Je kunt het zo gek niet bedenken of er zit wel palmolie in. Op het etiket valt het meestal onder de parapluterm ‘plantaardige oliën’. Het is de meest gebruikte plantaardige olie ter wereld, maar de productie ervan heeft desastreuze gevolgen. Gevolgen waar nu ook de gorilla en chimpansee slachtoffer van lijken te worden.

Momenteel wordt de wereldwijde vraag naar palmolie vrijwel geheel gedekt door Indonesië en Maleisië, zij leveren bijna 90% van alle palmolie. De totale oppervlakte aan oliepalmplantages in deze twee landen is in enkele jaren tijd explosief gegroeid naar bijna tien miljoen hectare, dat is 2,5 keer de oppervlakte van Nederland. Deze groei is niet zonder gevolgen. Voor de aanleg van oliepalmplantages zijn gigantische oppervlakten eeuwenoud regenwoud gekapt of platgebrand en veengronden verwoest. Tussen 1990 en 2005 is in totaal bijna drie miljoen hectare bos verdwenen in beide landen. Ook zijn oliepalmplantages monoculturen met een hoog verbruik van pesticiden en kunstmest wat zorgt voor vernietiging van de natuurlijke biodiversiteit en vervuiling van het grondwater en dragen ze door de zeer hoge CO2 uitstoot bij aan klimaatsverandering.

Het Congobekken als eerste Afrikaanse doelwit
Om aan de toenemende vraag naar palmolie te kunnen voldoen hebben investeerders nu hun oog laten vallen op het continent waar de oliepalm oorspronkelijk vandaan komt; Afrika. Het Congobekken is het eerste doelwit van investeerders. Het Congobekken is het grootse tropische woud op aarde na het Amazonegebied. Deze gigantische groene lappendeken van ondoordringbaar oerwoud en moerassen strekt zich uit over zes landen: Kameroen, de Centraal-Afrikaanse Republiek, de Democratische Republiek Congo, Equatoriaal-Guinea, Gabon en Congo-Brazzaville. Het woud voorziet in de voedingsbehoeften van miljoenen mensen. Het wemelt er ook van de bijzondere, en zeldzame plant- en diersoorten zoals de westelijke laaglandgorilla, bosolifant, en de chimpansee. Deze bossen zijn schatkamers van de natuur, die door hun ontoegankelijkheid nog redelijk beschermd zijn gebleven.

Maar het bijzonder vruchtbare gebied beschikt ook over de juiste grond en het juiste klimaat voor oliepalmplantages. Tot nu toe is het Congobekken een zeer kleine speler op het palmolieveld. Dit gebied is goed voor minder dan een half procent van de wereldwijde palmolieproductie en produceert grotendeels voor eigen gebruik. Dit lijkt snel te gaan veranderen. Uitbreidingsmogelijkheden in Maleisië en Indonesië nemen af, terwijl de vraag voorlopig blijft toenemen. Hierdoor trekken grote bedrijven naar Afrika, waar zowel land als goedkope arbeid voor het oprapen lijkt te liggen. Investeerders worden door lokale overheden met open armen ontvangen, in de hoop dat ze banen en welvaart brengen naar een van ‘s werelds armste gebieden. Al ongeveer 1,6 miljoen hectaren van het gebied zijn in kaart gebracht voor mogelijke plantages. Zo heeft bijvoorbeeld het Maleisische bedrijf Wah Seong Corporation plannen om de grootste oliepalmplantage van het Congobekken aan te gaan leggen in Congo-Brazzaville. Een aanzienlijk deel van dit 180.000 hectaren grote gebied bestaat uit primair bos en is het leefgebied van diverse bedreigde diersoorten, waaronder de gorilla en chimpansee. Terwijl er geen bewijs is dat er onderzoek is gedaan naar de effecten voor de lokale bevolking en het milieu is men al wel begonnen met het kappen van tropisch bos. Soortgelijke praktijken vinden ook plaats in Nigeria en Gabon. In het Cross River gebied in Nigeria heeft het Singaporese Wilmar International Ltd. palmolie concessies gekregen. Gebieden die deels in het Cross River National Park en Ekinta forest reserve liggen; het leefgebied van de Nigeriaanse chimpansee en de Cross River gorilla. In Gabon overlappen palmolie- concessies van het Singaporese Olam voor een deel met essentiële leefgebieden van de westelijke laaglandgorilla.

Transparantie is een vereiste
Palmolieproducenten maken in een aantal Afrikaanse landen vaak handig gebruik van de onwetendheid van de plaatselijke bevolking om hun plantages te realiseren. De bevolking is echter gebaat bij voldoende werkgelegenheid, inkomen, voedselveiligheid en schoon drinkwater. Iets dat de palmolieproducent zowel op korte als langere termijn niet kan bieden. Er is een aantal oplossingen en aanbevelingen die de impact van de palmolie-industrie kunnen minimaliseren of overbodig maken en ten goede komen aan de plaatselijke bevolking. Zo is er een grotere transparantie nodig in de processen tussen de palmolieproducenten, investeerders en de regeringen. Hierin moeten de impact op milieu en sociale cohesie van leefgemeenschappen worden meegenomen. Beleidsmakers en stakeholders in de Afrikaanse landen zouden daartoe toegang moeten krijgen tot betrouwbare informatie over de grootschalige expansie en impact van de palmolieplantages in Maleisië en Borneo. Beperkende geheime clausules in de contracten moeten worden vermeden. Contracten zouden openbaar moeten worden om een publiek debat mogelijk te maken en corruptie zoveel mogelijk tegen te gaan. Als er überhaupt voor palmolieproductie wordt gekozen is de plaatselijke bevolking juist gebaat bij veel kleinere concessies waarbij plaatselijke gebruiken en rechten worden gerespecteerd. De opbrengst kan verder worden gemaximaliseerd door de introductie van zogenaamde agroforestry technieken, waarbij oliepalmen samen met andere gewassen worden geplant of als onderdeel van een gemeenschappelijk bosperceel. Tot slot zou in landen met oude en vervallen palmolieplantages rehabilitatie van deze plantages voorrang moeten krijgen boven uitbreiding in natuurgebieden.

Geschreven door Gorilla Stichting Nederland