Eerder dit jaar werd uit publicaties duidelijk dat het aantal berggorilla’s in het wild sterk is toegenomen. Als gevolg hiervan is hun officiële status door het IUCN opnieuw beoordeeld en bijgesteld van ‘ernstig bedreigd’ – het hoogste niveau van bedreiging – tot ‘bedreigd’, een niveau lager.

De berggorilla (Gorilla beringei beringei) herstelt zich dankzij intensieve, grensoverschrijdende beschermingsmaatregelen. Hieronder vallen patrouilles om stropers tegen te gaan, de natuurbeschermingsmaatregelen door organisaties als het Dian Fossey Fund International en de individuele medische zorg door de Gorilla Doctors. Ook ecotoerisme in de nationale parken is erg belangrijk al was het maar om de parkrangers te kunnen betalen. In 2008 waren er nog 680 individuen in het wild, vandaag zijn dat er 1.004, het hoogste aantal ooit.

De berggorilla komt alleen voor in twee verschillende beschermde natuurgebieden, Virunga Nationaal Park en Bwindi-Sarambwe, die in totaal zo’n 800 km2 bestrijken. De parken overschrijden de grenzen van de Democratische Republiek Congo, Rwanda en Oeganda.

De bedreigingen voor de berggorilla zijn nog altijd substantieel, onder andere door stroperij, oprukkende landbouw, klimaatsveranderingen en infectieziektes zoals Ebola, maar ook door de onrust in het door conflict geteisterde gebied.

En hoewel het positief nieuws is voor de berggorilla’s, is het belangrijk om te onthouden dat de status van alle andere gorilla-populaties ernstig bedreigd blijft.

Bron: IUCN.org

Geschreven door Gorilla Stichting Nederland