Bij veel sociale diersoorten loopt een baby of jong het risico om gedood te worden door een mannetje. Dit komt voor als dit mannetje de nieuwe leider van de groep is geworden (alfaman), bijvoorbeeld omdat hij de vorige leider heeft verjaagd of de groep al eerder uiteen was gevallen. Wij noemen dit doden van jongen ook wel infanticide, dit risico is er vanaf de geboorte van het jong tot aan het spenen (het stoppen met het geven van moedermelk). De reden dat een mannetje dit doet, is omdat hij simpelweg wil zorgen voor zijn eigen nageslacht.

Wanneer gorillavrouwen drachtig zijn of niet gespeende nakomelingen hebben en hun groep valt uit elkaar, zijn ze gedwongen een ander mannetje te zoeken (dat noemen we onvrijwillige verspreiding). De vrouwtjes kiezen dan niet voor een solitair bestaan. Uit waarnemingen bij zowel westelijke laaglandgorilla’s in Mbeli Bai, als bij Grauer gorilla’s in Kahuzi-Biega, is gebleken dat bij onvrijwillige verspreiding van zwangere vrouwtjes alle baby’s kort na de geboorte door een zilverrug werden gedood.

Wellicht als reactie op deze infanticide door onvrijwillige verspreiding, en dus om hun jong te beschermen, hebben de vrouwelijke gorilla’s de zeldzame strategie van secundaire verspreiding ontwikkeld. Hier schreven wij al eerder een nieuwsartikel over, dat vind je hier. Hierbij verplaatsen ze zich tussen reproductieve groepen gedurende de beperkte tijd tussen het spenen van een baby en het verwekken van het volgende nageslacht (vrijwillige verspreiding). Blijkbaar kunnen gorillavrouwen aanvoelen dat de zilverrug van hun groep zwakker wordt als deze ouder wordt en het einde van zijn ambtstermijn nabij is. Door zich aan te sluiten bij een sterkere zilverrug verkleinen zij mogelijk het risico van infanticide veroorzaakt door onvrijwillige verspreiding..

In een recente publicatie rapporteren onderzoekers van de onderzoekslocatie Mbeli Bai, in het noorden van de Republiek Congo, over drie volwassen gorillavrouwen. Deze drie vrouwtjes wisselden (vrijwillig) meerdere keren tussen twee groepen tijdens hun zwangerschap, maar hun nakomelingen werden niet gedood door de zilverrug van de nieuwe groep. De vrouwtjes baarden 5-6 maanden (draagtijd bij een gorilla is 8,5 maanden) na hun laatste overstap. De vraag is: waarom werden deze baby’s niet gedood door de nieuwe zilverruggen? Het is waarschijnlijk dat de nieuwe zilverruggen de baby’s accepteerden omdat zij een zekere mate van “vaderschapszekerheid” hadden.

In verwarring gebracht

En waarom hadden deze zilverruggen een zekere mate van vaderschapszekerheid? Het zwangere vrouwtje kan de nieuwe zilverrug mogelijk in de war hebben gebracht door snel na de overstap met hem te paren. Het is bekend dat vrouwelijke gorilla’s copuleren tijdens hun zwangerschap. Het paargedrag kan dus een doorslaggevende rol spelen in het voorkomen van infanticide. Echter de effectiviteit van paring om de nieuwe zilverrug te verwarren en infanticide te voorkomen, neemt af naarmate de zwangerschap vordert. Het lijkt dus van belang dat een al drachtig gorillavrouwtje een langere periode doorbrengt met de nieuwe man na de overstap (en mogelijk ook de eerste dekking) om infanticide van haar te verwachten jong te voorkomen. De onderzoekers denken dan ook dat de timing van de overstap naar de nieuwe groep belangrijker is dan dat de verspreiding vrijwillig of onvrijwillig is.

Bron: Manguette, M.L. et al., 2020. Infant survival in western lowland gorillas after voluntary dispersal by pregnant females. Primates. https://doi.org/10.1007/s10329-020-00844-z
Foto credit: WCS Congo, Mbeli Bai study

Written by Gorilla Stichting Nederland